mober

In een mober worden mobiliteitseffecten onderzocht, het is het antwoord op de vraag hoeveel en welk soort verkeer een nieuwe functie of ruimtelijke ontwikkeling zal genereren. Daarbij worden de toekomstige verkeersstromen en het potentiële gebruik van diverse vervoerswijzen geëvalueerd. Er wordt nagegaan of deze mobiliteitseffecten te verzoenen zijn met de al aanwezige functies en of die effecten geen hypotheek zullen leggen op de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van dat gebied. Er wordt ook verkeersplanologisch bekeken of deze mobiliteitseffecten passen in de gewenste verkeersafwikkeling. Van het mober worden ook aanbevelingen verwacht om de mobiliteitseffecten in goede banen te leiden. In het besluit dd. 3 juli van de Vlaamse Regering betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning wordt de artikelen 3 en 4 duidelijk aangegeven wanneer een ‘mobiliteitsstudie’ dient te worden opgesteld. Een mobiliteitsstudie wordt hierbij gedefinieerd als: ‘een document waarin de te verwachten of mogelijke mobiliteitseffecten van een voorgenomen project worden geanalyseerd en geëvalueerd, en waarin aangegeven wordt op welke wijze de nadelige mobiliteitseffecten vermeden, beperkt of verholpen kunnen worden’.

Art. 3. Aan artikel 16 van hetzelfde besluit wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 13° een mobiliteitsstudie met de gegevens, vermeld in bijlage IV, als de aanvraag betrekking heeft op één of meer van de volgende projecten : a) het bouwen van ten minste 250 woongelegenheden; b) het bouwen van gebouwen of gebouwencomplexen voor handel, horeca, kantoorfuncties en diensten met een totale bruto vloeroppervlakte na de werkzaamheden van ten minste 7 500 m2, of het uitbreiden van dergelijke gebouwen of gebouwencomplexen, als de totale bruto vloeroppervlakte door die uitbreiding de drempel van 7500 m2 of een veelvoud ervan overschrijdt; c) het bouwen van gebouwen of gebouwencomplexen voor de vestiging van industrie, K.M.O. en ambacht met een totale bruto vloeroppervlakte na de werkzaamheden van ten minste 15 000 m2, of het uitbreiden van dergelijke gebouwen of gebouwencomplexen, als de totale bruto vloeroppervlakte door die uitbreiding de drempel van 15 000 m2 of een veelvoud ervan overschrijdt. De criteria, vermeld in het eerste lid, gelden onverkort de strengere criteria die in voorkomend geval zijn opgelegd bij een stedenbouwkundige verordening van de gemeenteraad. »

Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 16/1. De verplichting tot het opstellen van een mobiliteitsstudie, vermeld in artikel 7, 7° en artikel 16, 10°, geldt niet in de volgende gevallen : 1° als het project is onderworpen aan een milieuffectenrapportage waarin de te verwachten of mogelijke mobiliteitseffecten van dat project al worden geanalyseerd en geëvalueerd; 2° als het project deel uitmaakt van een verkavelingsproject waarvoor een verkavelingsvergunning werd verleend waarbij een mobiliteitsstudie werd gevoegd bij de verkavelingsaanvraag. »