Een duurzame wijk is meer dan een ruimtelijk kwalitatieve wijk
1. Het kader : denken en doen voor een fundamentele verandering
Om de nog aanwezige kwaliteiten te bewaren voor de toekomst en de kwaliteit van het wonen en bouwen in Vlaanderen structureel te verbeteren, moeten we komen tot een duurzame ontwikkeling op lange termijn. Dit proces houdt een verandering in van cultuur, structuur en werkwijzen. Voor een duurzaam wonen en bouwen in Vlaanderen is een fundamentele en onomkeerbare verandering (transitie) van het huidige systeem noodzakelijk. Stadsprojecten schrijven zich in en sturen mee in de lange termijn strategie voor de stad en haar ontwikkeling. Conform de regeringsbeslissing van 13/02/01 rond duurzaam bouwen en wonen werd door AMINAL (nu departement LNE) eind 2004 een eerste fase van het project “transitiemanagement duurzaam wonen en bouwen” (DuWoBo) opgestart, in samenwerking met andere administraties en departementen. Transitiemanagement draait om de organisatie en coördinatie van een multi-actor proces en in het bijzonder van de transitiearena, ook wel aangeduid als “vernieuwingsnetwerk”. In het kader van het DuWoBo-project is er een arena gevormd met vertegenwoordigers van kennisinstellingen, overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en intermediairs. Oorspronkelijk waren er 30 personen actief, momenteel is deze uitgebreid tot meer dan 100 actoren. Vanuit streefbeelden voor duurzaam wonen en bouwen in 2030 kwam een gemeenschappelijke visie tot stand en op basis van deze visie werden deelthema’s bepaald, streefbeelden, paden en acties geformuleerd. Dit mondde eind 2006 uit in een transitieagenda ‘Vlaanderen 2030 in de steigers’ met vernieuwende projecten en de oprichting van een vernieuwingsplatform duurzaam wonen en bouwen (www.duwobo.be). Voorbeelden van initiatieven zijn: kwaliteitsnorm en/of evaluatiekader voor duurzaamheid op gebouwniveau, zuinig gebruik van grondstoffen voor de bouw, leren voor duurzaam bouwen waarbij de alle opleidingen in de bouwsector (formeel, informeel en non-formeel) worden getoetst op de duurzaamheidaspecten, de verdere uitbouw van het netwerk voor adviesverlening en zorg voor hun kwaliteitsgarantie in samenwerking met de provincies, het opzetten van demonstratie en vernieuwings-projecten. Het integreren van het duurzaam wonen en bouwen in het beleid van de Vlaamse regering is een ander aandachtspunt.
2. Duurzaamheid in de praktijk: al doende leren en al lerend doen
Duurzaamheid, men mag het willen, het is geen evidentie in de praktijk. De Werkgroep “Levende Kernen – Wonen voor het Leven” wil actoren vooruit helpen in duurzame praktijken, hen informeren, sensibiliseren en begeleiden onder de vorm van ‘praktijkgericht advies”. Een 15-tal NG-organisaties, die elk thuis zijn in één of meer domeinen, bundelen de kennis tot één duurzaamheidstoets in een breed perspectief. Vanuit hun praktijkervaring kunnen deze professionele NGO’s projecten doorlichten op diverse thema’s en, vrij uniek, zij integreren hun advies in één pakket. In deze samenwerking zien de NGO’s ook hun complementariteit: ze leren zelf uit de wederzijdse kennisuitwisseling, en kunnen binnen één gebied alle deelaspecten op elkaar afstemmen.
3. Een streven naar duurzaam wonen in 35 aandachtspunten
De transitiearena DuWoBo heeft dus een visie uitgewerkt voor duurzaam wonen en bouwen. Die visie en de onderliggende streefbeelden voor 2030 zijn vertaald naar 35 aandachtspunten. Dit is bedoeld als inspiratiebron voor alle actoren die in de woon- en bouwwereld van Vlaanderen actief zijn, een stap op weg naar duurzaamheid. De hoofdaccenten liggen op: Een geïntegreerde aanpak en Nieuwe vormen van samenwerking, participatie en verantwoordelijkheid Een aangename woonomgevingBalans tussen privaat en collectief gebruikMeer toegankelijk en sociaal rechtvaardig wonen voor iedereenEen hoge kwaliteit van het gebouw(energie, materialen, enz….)Gesloten kringlopen van stoffen en materialen tijdens het bouwproces en bij het wonen (water en energie, materialen en grondstoffen, afval)

