- Startpagina
- Situering
- Werkwijze
- Voorbeelden
- Concrete tips
- 0 Algemene tips
- fase 1 strategisch ruimtegebruik
- fase 1 lokale noden
- fase 1 overig
- fase 2 principes
- fase 2 denk aan
- fase 3 ruimtelijke duurzaamheid
- fase 3 toetsing
- fase 3 landschap en duurzame groenstructuur
- fase 3 welzijn, veiligheid en comfort
- fase 3 bestek
- fase 3 proces
- fase 3 programma
- fase 4 oplevering
- fase 5 nazorg
- Enkele begrippen
- Fases van een project
- Links
- Duwobo
Fase 2 principes
Laat de structuur van het project aansluiten op de structuur en topografie van het stadsdeel, de brede projectomgeving. Houd in het stedenbouwkundig plan rekening met eventuele ontwikkelingen in de toekomst.
Houd rekening met de morfologie en historiek van de plek en haar omgeving: de genius loci staat voor de geest van de plek, het verhaal dat een brug slaat tussen verleden, heden en toekomst.
Zorg voor het behoud en de valorisatie van de bodem- en landschapskwaliteiten van de plek.
Zorg voor een mix en een evenwicht in het programma tussen onbebouwde en bebouwde ruimte. Koppel laag-dynamische activiteiten aan het groen-blauwe netwerk, en hoog-dynamische activiteiten aan het verkeersnetwerk.
Voorzie een kwaliteitsvol netwerk van publieke ruimtes, waar mensen uitgenodigd worden om de publieke ruimte te gebruiken en waar kansen ontstaan voor ontmoeting. Concreet betekent dit o.m.:
Stel voldoende oppervlakte aan publieke ruimte en openbare voorzieningen voorop. Niet de kavels zijn het uitgangspunt voor het ontwerp, maar de ruimtelijke (hoofd)structuur. Het netwerk van de publieke ruimtes structureert de bouwvelden en niet omgekeerd.
Creëer een coherent netwerk van publieke ruimte. Belangrijk hierin zijn: complementariteit en hiërarchie in plekken, bundelen en verbinden van publieke ruimte, denken vanuit verschillende schaalniveaus, verknoping met andere planningslagen, in het bijzonder met de de groen-blauwe structuur en verkeersnetwerk.
Schenk bijzondere aandacht aan de inplanting van publieke ruimte, zoals o.m. sociale veiligheid, geborgenheid, gradiënt van publiek naar privaat gebruik (voorkom privacy conflicten, richt gebouwen zo veel mogelijk met de publieke voorzijde op de publieke ruimte), …
Stel een goede inrichting van de publieke ruimte voorop die 'ontmoeting' en 'levendigheid' uitlokt. Wijs plekken toe (bijv. aan specifieke groepen), maar behoud de mogelijkheid tot dubbel ruimtegebruik, vrije invulling en 'ontmoeting', zowel het 'grote' als het 'kleine' dagdagelijkse ontmoeten (Ruth Soenen), formeel en informeel (Gehl).
Integreer het speelweefsel concept dat toelaat om op een meer planmatige manier aan kindvriendelijke publieke ruimte te werken: als deel van duurzame stadsvernieuwing is het speelweefsel méér dan een reeks speelpleinen. Het speelweefsel-concept gaat uit van een ‘coherent netwerk’ van 'bespeelbare' publieke ruimtes en veilige, belevingsvolle verbindingen. Het speelweefsel is geënt op andere planningslagen die voor duurzame planning van groot belang zijn: de groen-blauwe structuur, de mobiliteitsstructuur, de publieke voorzieningen, de woontypologie,… In elk van die planningslagen is kindvriendelijkheid aan de orde. De voorbeeldprojecten EVA-Lanxmeer, Freiburg, De Kersentuin, enz. bewijzen dat kindvriendelijkheid en duurzaamheid samen gaan.
Benoem een aantal belangrijke ontwerpwaarden: beleefbaarheid, menselijke schaal, herkenbaarheid, gebruikswaarde, meervoudig gebruik,… Het ontwerp speelt in op de betekenis, het imago en de reputatie van een plek, op het informele gebruik van plekken en routes (cf. participatie en belevingsonderzoek). Het moet een antwoord bieden op de specifieke noden van de (toekomstige) gebruikers, bewoners én omwonenden.
Haal stadskankers uit het bestaande weefsel door accapunctuur-ingrepen: punctueel ingrijpen in een buurt kan een nieuw elan geven voor een hele wijk.
Voorkom monotone gebieden, maar overweeg de juiste graad van mix op de juiste plek. Zorg voor een functieverweving in bebouwde zone, juiste integratie van kmo's in het stadsweefsel. Overweeg een goede locatie van bedrijvencentrum in het stedelijk weefsel (hergebruik van bedrijfspanden). Maak wonen tot 4 verdiepingen hoog mogelijk boven winkellinten, dit eventueel als basis voor een bovenbouw van werken.
Voorzie voldoende wijkuitrusting in verhouding tot de dichtheid van de bewoners.
Optimaliseer en stimuleer het economisch weefsel via lokale diensten, de creatie van nieuwe jobs op korte afstand. Buurtdiensten zijn een hefboom.
Zoek kansen om een autoluwe buurt te realiseren, met daarbij een doorgedreven STOP-principe. STOP-principe
- De S staat voor stappen,
- de T voor trappen,
- de O voor openbaar vervoer en
- de P voor personenwagen.
Pas als de eerste drie alternatieven onmogelijk zijn is het gebruik van de auto te verantwoorden.
- Lokaliseer verkeersaantrekkende activiteiten op de juiste plek, en onderzoek of ze goed bediend worden door het openbaar vervoer.
- Organiseer de ontsluiting van de site op logische wijze voor zowel klassiek verkeer (auto, openbaar vervoer, bovenlokaal traag verkeer) als logistiek transport. Voorkom barrières voor zwakke weggebruikers.
Voorzie op de toegankelijkheid van het publiek domein, houd rekening met het DOD-principe. Andere meer specifieke aandachtspunten zijn hellingen, trappen, leuningen, aangepaste parkeerplaatsen, haltes van het openbaar vervoer, rustpunten, infopunten, bedienbaar straatmeubilair,… Deze thema’s worden in het nieuwe ‘Vademecum toegankelijk publiek domein’ met de nodige richtlijnen uitgebreid beschreven.
DOD-principe Om het publiek domein bruikbaar te maken voor iedereen, dus ook voor kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen en personen met een handicap, moeten weerstanden die een hypotheek leggen op het (comfortabel) gebruik worden voorkomen.
Toegankelijkheid van het publiek domein is een complex gegeven, maar dit wordt in belangrijke mate gegarandeerd indien aan drie belangrijke basisvoorwaarden van het DOD-principe is voldaan (ENTER vzw):
- een Doorgang moet steeds voldoende breed en obstakelvrij zijn.
- een Oppervlak vormt een effen, voldoende aaneengesloten, solide en slipvrij loopoppervlak met de nodige natuurlijke of kunstmatige geleiding.
- een Drempelloos voetgangersgebied omvat zowel de looproutes als de oversteekplaatsen.
Onderzoek hoe het project bij kan dragen aan een sociale mix. Deze mix kan gezocht worden in deelgebieden, bouwvelden, partnership, bouwgroepen. Tevens kan er een mix gerealiseerd worden in typologie grootte, type, hoog/laagbouw, woonvormen, diensten aan huis.
Denk niet alleen aan individuele woningen, maar ook aan collectieve woonvormen. Zoek op wijkniveau wat je ook collectief kan organiseren: afvalverzameling, parkeren, bergruimte, tuin, wasruimte… Voorbeeld cohousing Cohousing is een woonvorm waarin buren actief op elkaar betrokken zijn, terwijl iedere alleenstaande en elk gezin toch zijn eigen woning ('unit') heeft. Er is interactie tussen de bewoners, bijvoorbeeld in de vorm van gezamenlijke maaltijden.
Heb aandacht voor een ecologisch en beheerbaar groen en blauw netwerk met hoge biodiversiteit, afgestemd op de lokale potenties.
Neem de principes van integraal waterbeheer mee in het ontwerp. i. Gebruik hemelwater zoveel mogelijk (zowel op gebouw- als buurtniveau) ii. Laat hemelwater infiltreren ( wadi, waterdoorlatende verharding voor straten, stoepen…) iii. Buffer hemelwater en voer water vertraagd af
Stel een energetisch programma op dat gebaseerd is op de trias energetica.
Trias energetica (3-stappenstrategie op vlak van energie)
1 Voorkom de vraag naar energie
2 Pas hernieuwbare energiebronnen toe.
3 Ga efficiënt om met niet-hernieuwbare bronnen.
- Besteed aandacht aan de compactheid van bouwvolumes.
- Let op een juiste oriëntatie en spatiëring van gebouwen i.f.v. licht- en zontoetreding –aantal bouwlagen
- Pas mogelijke hernieuwbare bronnen toe i.f.v. de potenties van de plek
- Zorg voor een centralisatie/decentralisatie van (hernieuwbare) warmte- en elektriciteitsproductie i.f.v. densiteit en energievraag op wijk- of bouwblokniveau.
- Besteed tevens aandacht aan de impact hiervan op beheer/facturatie.
Compact bouwen betekent ook in de hoogte bouwen, zodat er voldoende omgeving open en onbebouwd kan blijven: o Beperk, wooneenheden tot max. vier verdiepingen, zodat het contact tussen woning en publieke ruimte (zicht- en roepafstand) is gewaarborgd. Zeker de woningen voor gezinnen met kinderen blijven best onder de 4de verdieping, tenzij er woongalerijen en/of collectieve ontmoetingsruimtes tussenin worden voorzien. o Beschouw een torengebouw als een 'vertikaal dorp': de liftkokers zijn straten, de gangen steegjes, voorzie gemeenschappelijke ruimtes. Voorzie daarin ook een privacy gradiënt. Beperk het aantal wooneenheden per gebouwentoegang, schenk specifieke aandacht aan de collectieve delen.
Pas de 3-stappenstrategie toe op vlak van grondstoffen/materialen 3-stappenstratie op vlak van grondstoffen
- Voorkom de vraag naar grondstoffen
- Gebruik hernieuwbare/ontuitputtelijke grondstoffen.
- Ga efficiënt om met niet-hernieuwbare en uitputbare grondstoffen
- i. Stel een renovatieprogramma op
- ii. Gebruik gezonde en milieuverantwoorde materialen uit oneindige grondstoffen
- iii. Hergebruik grondstoffen/materialen
- iv. Stimuleer het sorteren van afval
Zorg voor een futureproof project:
- flexibele gebouwstructuur met performante gebouwschil: herindeelbaarheid, opneembaarheid van nieuwe functies (verdiepingshoogte, dragende muren, bediende versus bedienende ruimtes, …)
- prefabriceerbaarheid en demonteerbaarheid o modulering, standaardisatie en prefabricatie
Hanteer de principes voor de integratie van concepten m.b.t. wonen en zorg, meegroeiwonen en toegankelijkheid van de publiek toegankelijke gebouwen en het publiek domein en neem ze, waar mogelijk, mee in het programma van eisen.
Voorzie gezonde gebouwen (lichtinval, rust en geluidsisolatie, vrij van straling).

